Competentiegericht leren

Competentiegericht leren

Het succes van een bedrijf is voor een groot deel afhankelijk van de kwaliteit van haar medewerkers. Een bedrijf heeft goed opgeleide mensen nodig om aan alle wensen en behoeften van haar afnemers te kunnen voldoen.  Aan het onderwijs de taak de arbeidskrachten van morgen klaar te stomen en hen voor te bereiden op een succesvolle carrière in het bedrijfsleven.  Voorwaarde hiervoor is dat datgene wat het onderwijs biedt, naadloos aansluit bij datgene wat het bedrijfsleven vraagt.

In het bedrijfsleven blijken competenties een bruikbaar uitgangspunt te zijn bij het omschrijven van wat iemand moet kennen en kunnen om zijn werk goed te kunnen doen. Competenties zijn in dit verband de vermogens die ieder mens in meer of mindere mate bezit en in meer of mindere mate kan ontwikkelen. Het omschrijven van functie-eisen in termen van competenties maakt het matchen van het gevraagde en het gebodene makkelijker.

De volgende onderwerpen komen aan bod:

  • opzet van de nieuwe kwalificatiestructuur
  • werkwijze bij de herziening

Opzet van de nieuwe kwalificatiestructuur

Het grote verschil tussen de huidige en de competentiegerichte kwalificatiestructuur is de beschrijving van de kwalificaties. In de huidige structuur worden deze beschreven in eindtermen en deel­kwalificaties (groepen eindtermen). In de competentiegerichte kwalificatiestructuur worden ze beschreven in termen van competenties.  Er staan drie begrippen centraal. De kerntaken, de daaronder liggende werkprocessen van het beroep en decompetenties die noodzakelijk zijn bij de uitvoering hiervan.

Een kerntaak betreft een deel van de beroepsuitoefening en is kenmerkend voor het beroep. Bijvoorbeeld een kerntaak van een medewerker mode-maatkleding betreft het verrichten van patroontechnische handelingen.

Een werkproces is een voor het beroep kenmerkend deelproces binnen de kerntaak en kent een begin,  een eind en een resultaat, Binnen de kerntaak verrichten van patroontechnische handelingen houdt de medewerker mode-maatkleding zich bijvoorbeeld bezig met het tekenen van patronen.

Een competentie is het ontwikkelbare vermogen van een individu om in situaties op adequate, doel­bewuste en gemotiveerde wijze product- en procesgericht te handelen. De medewerker mode-maatkleding die zich bezig houdt met het tekenen van patronen dient daarvoor onder anderen te  beschikken over de competentie vakdeskundigheid toepassen wat betekent dat hij bijvoorbeeld vaktechnische aantekeningen moet kunnen lezen en op basis daarvan het patroon moet kunnen aanpassen.

Opleidingseisen worden dus niet meer zeer gedetailleerd en gespecificeerd beschreven, maar vastgelegd in globale bewoordingen. Door de competenties breder en complexer te formuleren zijn ze minder gevoelig voor veranderingen in de economie en de maatschappij. Bovendien kan én mag de exacte invulling van de termen per praktijksituatie verschillen.

Werkwijze bij de herziening

Het opstellen van de nieuwe kwalificatiedossiers gebeurt in twee stappen:
1.  het onderbrengen van alle beroepen in een sector in een set beroepscompetentieprofielen
2.  het vertalen van deze beroepscompetentieprofielen in kwalificatiedossiers.

De uiteindelijke kwalificatiedossiers worden beschreven volgens een bepaald format.

Opstellen van beroepscompetentieprofielen

Eerst worden alle beroepen op het gebied van mode, maatkleding en interieur ondergebracht in een – beperkte – set beroepscompetentieprofielen (BCP’s). Daarbij gaat het om beroepen in de sector.

Het bedrijfsleven – de brancheorganisaties, opleidingsfondsen, werkgevers en werknemers – bepaalt welke beroepen herkenbaar zijn voor deze sectoren. Voor elk van die beroepen wordt een beroeps­competentie­profiel ontwikkeld. In zo’n profiel staan niet alleen de activiteiten van het beroep, maar ook de beroepscompetenties van een vakvolwassen beroepsbeoefenaar (iemand die ervaren is in de uitvoering van het betreffende beroep). De beroepscompetentieprofielen zijn eigendom van de sociale partners.

Vertalen van beroepscompetentieprofielen naar kwalificatiedossiers

De beroepscompetentieprofielen vormen het uitgangspunt voor de uiteindelijke kwalificatiedossiers (KD’s). Aan elk kwalificatiedossier ligt minstens één beroepscompetentieprofiel ten grondslag, maar dit kunnen er ook meer zijn. Dit komt doordat een beginnend beroepsbeoefenaar over het algemeen meer beroeps­contexten tot zijn beschikking heeft. Vaak kan hij met zijn kwaliteiten op verschillende plekken op de arbeidsmarkt terecht, soms zelfs in verschillende sectoren.

Bij het vertalen van beroepscompetentieprofielen in kwalificatiedossiers wordt eerst gekeken naar de eventuele overlappingen. Een beroepscompetentieprofiel met weinig tot geen overlap met andere profielen wordt direct omgezet in een kwalificatiedossier. Beroepscompetentie­profielen die elkaar overlappen worden samengevoegd tot één kwalificatiedossier. Verschillen tussen de beroepscompetentieprofielen worden vertaald naar uitstroomdifferentiaties binnen het kwalificatiedossier.

Verwacht wordt dat het totale aantal kwalificatiedossiers – vergeleken met het huidige aantal – minder zal worden, wat leidt tot een meer transparante kwalificatiestructuur. Het uiteindelijke resultaat van dit samenvoegingsproces is één overzichtelijke, landelijke kwalificatiestructuur.

Format van het kwalificatiedossier

Het uiteindelijke kwalificatiedossier beschrijft de competenties van een beginnend beroepsbeoefenaar en de beroepscontexten waarin deze werkzaam kan zijn. Een beginnend beroepsbeoefenaar leert immers verder tijdens de uitvoering van zijn beroep.

Het kwalificatiedossier bestaat uit 4 delen, gericht op verschillende doelgroepen. De delen hangen samen maar hebben ieder een verschillende functie:

  • Deel A geeft voor een breed publiek informatie over het beroep of over een cluster van beroepen.
  • Deel B geeft de beschrijving van de kerntaken, de werkprocessen en de daarbij relevante competenties. Deel B bevat ook de algemene en specifieke informatie die wettelijk vereist is (onder anderen niveau, typering van het beroep en wettelijke beroepsvereisten). Dit is vooral interessant voor overheid, management, onderwijs en bedrijven.
  • In deel C is de uitwerking van de competenties opgenomen. Deel C is bedoeld als bewijs van uitvoerbaarheid van deel B en geldt als naslagwerk voor het onderwijs.
  • Deel D tenslotte bevat voor alle geïnteresseerden de verantwoording van de gemaakte keuzes en de agenda voor het onderhoud en de innovatie van het dossier.